zondag 17 december 2017
De knopen
Een echte scout kan natuurlijk knopen leggen. Zeker de seascouts hebben vele knopen die ze gebruiken tijdens hun vaartochten. De belangrijkste knopen worden hieronder op een rijtje gezet. 

Toch te ingewikkeld geschreven of getekend? Geen nood, de leiding leert je de knopen aan en als je ze goed geoefend hebt kan je de badge knopen leggen verdienen. Let op dat je niet in de knoop geraakt.

Overzicht van de belangrijkste knopen:

De platte knoop  De schootsteek De paalsteek De gareelsteek
De timmermanssteek - De mastworp De kruissjorring De diagonaalsjorring
De prusikknoop De driepikkel De vorksjorring Dasknoop

De patrouilletent

Voor je de patrouilletent begint op te zetten, zoek je natuurlijk eerst een plek. Een mooi vlak stuk is ideaal. Een hellend terrein met bulten en pollen veeleer de regel. Het is aan te raden om de bulten weg te scheppen en de pollen uit te steken. Dit zal je slaapcomfort fel doen toennemen.Let ook op de vochtigheid van de grond waarop je wil kamperen. De begroeiing is een goede indicator: harde grassoorten duiden bv. vaak op een zompige ondergrond. Dit lijkt misschien geen probleem op een warme zomerdag, maar na een flinke regenbui kan dit heel wat natte luchtmatrassen opleveren.Eens je plek gevonden, kan je beginnen met het opzetten van de patrouilletent. Volg hiervoor onderstaande tekening.

Volg de tekening exact. Let op ieder detail. De plaats waar het touw kruist in situatie 1 is het midden van het touw. Bij tekening 3 en 5 moet je aandacht hebben voor het verloop van het touw. Zodra je aan situatie 6 komt, is je basispatroon klaar. Zorg dat je een binnendiameter hebt van ongeveer 4,5 cm. Indien jouw resultaat groter is, trek je alles nog eens goed aan of maak je de dasring opnieuw maar dan rond 2 vingers i.p.v. 3.

Als je basispatroon klaar is, heb je twee losse uiteinden. Volg daarna met één uiteinde het andere uiteinde in tegenovergestelde richting. Als je touw op is, doe je met het andere uiteinde net hetzelfde (maar dan in de andere richting). Tot je overal minstens 2 keer gepasseerd bent.
1. Let op de windrichting

In ons landje komen wind en regen meestal vanuit het westen. Je oriënteert de patrouilletent dan ook best volgens de Noord-Zuidas.

2. Vermijd raakpunten

Alle plekken waar binnen- en buitenzeil elkaar raken, geven kans op lekken. Afstandsbusjes zorgen ervoor dat dit niet kan gebeuren. Ze schuiven over de bovenkant van de palen en houden zo het buitenzeil van de binnentent voldoende gescheiden. Let wel: dit werkt alleen bij stevig opgespannen zeilen.

3. Knoop dicht voor je opspant

Knoop de voor- en achterzijde van de tent volledig dicht vooraleer je begint op te spannen. Zo vermijd je dat je de binnentent teveel opentrekt en de zaak niet meer afgesloten krijgt. Span de tent ook niet te weinig op. Anders gaat het binnenzeil in plooien hangen en kan het beginnen klapperen in de wind.

4. Denk in lijnen

Laat alle spantouwen (zowel van binnen- als buitentent) rechtdoor lopen. Ook die van de hoeken. Anders krijg je vouwen en belast je de stof in een verkeerde richting. De piketten moeten mooi op één rij staan, parallel aan de zijkant van het zeil. Enkel zo kan je het geheel gelijkmatig opspannen. Er staat evenveel kracht op elk touw.

5. Leg blokjes

Plaats onder elke tentpaal een blokje. Zo verhinder je dat het grondzeil beschadigd wordt.

6. Flap naar binnen

Onderaan de zijwanden van de binnentent hangen flappen. Sla die naar binnen. Ofwel zijn er ijzeren ringen (ogen) in die flappen. Die steek je vast met een priem (dunne ijzeren pikket). Ofwel zijn er lussen aan de buitenkant van de zijwanden. Ook die steek je vast met de priem.

7. Enkel bij storm

Stormtouwen zijn in principe niet nodig, maar bevestig ze uit voorzorg toch maar bij het opzetten. Enkel bij zware storm zijn ze nuttig. Maak ze vast aan de top van de voorste en achterste paal en span ze op. Opgespannen oefenen ze zijdelingse krachten uit. Een zotte wind die van alle kanten komt, krijgt zo geen vat op de tent.